
Advies GG&GD Utrecht ten behoeve van
Hoofdlijnendebat Luchtkwaliteit
Hoe erg is die
luchtverontreiniging nu eigenlijk?
De meningen over ‘hoe erg het nu precies is met die luchtverontreiniging’ lopen nogal uiteen. Aan de ene kant zijn er mensen die benadrukken dat de lucht de afgelopen tientallen jaren veel schoner is geworden en dat als gevolg daarvan de lucht nog nooit zo schoon is geweest. Er gaan daardoor in vergelijking met vroeger ook veel minder mensen dood en er worden veel minder ziek door luchtverontreiniging. Nederland is actief in het nemen van maatregelen voor een schonere lucht en daardoor zijn de verbeteringen vooral bij ons fors. Aan de andere kant zijn er mensen die de schadelijke effecten van luchtverontreiniging benadrukken. Zij vinden dat vergaande maatregelen nodig zijn om de lucht schoner te krijgen.
Hieronder volgen wat gegevens over de effecten van luchtverontreiniging die laten zien dat er weliswaar verbetering is geweest, maar dat er voldoende aanleiding blijft om je druk te maken over de kwaliteit van de lucht.
Gezondheidseffecten
van stoffen
Bij de huidige concentraties in de Nederlandse buitenlucht zijn vooral fijn stof, NO2 en ozon verantwoordelijk voor de gezondheidseffecten.
Fijn stof
De belangrijkste veroorzaker van gezondheidseffecten is fijn stof. Voor fijn stof bestaat geen gezondheidskundige grenswaarde waaronder geen gezondheidsschade optreedt. Ook lage concentraties veroorzaken gezondheidsschade. De Wereld Gezondheid Organisatie (WHO) heeft om deze reden geen advieswaarde voor fijn stof bepaald.
De mate waarin stofdeeltjes kunnen doordringen in longen en
luchtwegen is afhankelijk van de grootte van de deeltjes. Het grovere deel van
het PM10 stof (met een diameter tussen de 2,5 en 10 µm) bereikt het bovenste
deel van de longen. De fijnere deeltjes, gekarakteriseerd als PM2,5 (diameter
kleiner dan 2,5 µm) of PM1 (diameter kleiner dan 1 µm) dringen dieper in de
longen door. Sinds enkele jaren is er
ook aandacht voor zogenaamde ultrafijne deeltjes met een diameter kleiner dan
0,1 µm. Deze deeltjes kunnen tot in de bloedbaan doordringen.
Niet alleen de
grootte, maar ook de samenstelling van de stofdeeltjes kan sterk variëren en is
van belang bij het veroorzaken van gezondheidseffecten. De grove fijn stof
deeltjes (PM10) bestaan over het algemeen uit ander materiaal dan de fijnere
deeltjes (PM2,5 en PM1). PM10 bestaat vooral uit deeltjes die het gevolg zijn
van mechanische processen en opwaaiend bodemstof, terwijl PM2,5 voornamelijk
bestaat uit deeltjes die het gevolg zijn van verbrandingsprocessen, waaronder
dieselroet. Ook bevat PM2,5 zogenaamde secundaire aerosolen; deeltjes die in de
lucht zijn gevormd met gasvormige componenten waaronder NO2. Er zijn
sterke aanwijzingen dat PM2,5 schadelijker is dan PM10, hoewel de grove fractie
ook niet geheel onschadelijk is.
Er bestaat een onderscheid
tussen effecten nadat iemand kortdurend (enkele uren tot enkele dagen) is
blootgesteld aan fijn stof en effecten die optreden nadat iemand jarenlang is
blootgesteld. Effecten na kortdurende blootstelling aan fijn stof (aantallen
voor heel Nederland) zijn:
Bij de meeste personen verdwijnen de klachten zodra de luchtverontreiniging afneemt. Dit is uiteraard niet het geval bij de mensen die vervroegd overlijden. Vervroegd overlijden komt vrijwel niet voor bij gezonde mensen, maar meestal bij (oudere) mensen die al verzwakt zijn door een hart- of longziekte. Bij de eerste studieresultaten die een effect aantoonden tussen concentraties fijn stof en dagelijkse sterfte, dachten wetenschappers dat het slechts zou gaan om enkele dagen eerder sterven. Hiervoor werd de term ‘harvesting’ gebruikt, het sterven van fragiele mensen die toch al op het punt stonden om te overlijden. Recente studies tonen echter aan dat vroegtijdige sterfte door kortdurende fijn stof blootstelling niet alleen het resultaat is van ‘harvesting’. Slachtoffers van acute blootstelling aan fijn stof overlijden enkele maanden eerder dan wanneer zij niet waren blootgesteld aan verhoogde concentraties fijn stof.
In tegenstelling tot studies naar kortdurende blootstelling aan luchtverontreiniging en dagelijkse sterfte vergen studies naar sterfte als gevolg van langdurige blootstelling aan fijn stof een follow-up periode van enkele tientallen jaren. Daarom zijn er pas sinds de jaren negentig onderzoeksresultaten bekend van deze zogenaamde cohort studies. Hieruit blijkt dat langdurige blootstelling aan fijn stof samenhangt met verkorting van de levensduur van maar liefst 10 jaar, met name door sterfte aan hart- en vaatziekten en longkanker. Andere onderzoekers hebben juist gekeken naar een gemiddelde afname van de levensverwachting van de hele bevolking die een orde van grootte heeft van enkele maanden tot maximaal drie jaar.
Ozon
Blootstelling aan
ozon kan een afname van de longfunctie veroorzaken. Dit kan gepaard gaan met
ontstekingsreacties en hyperreactiviteit. Kortdurende blootstellling aan hoge
ozonconcentraties kan tot diverse gezondheidsklachten veroorzaken, zoals
irritatie van oog, neus en keel, hoesten, pijn op de borst, kortademigheid,
hoofdpijn, misselijkheid en duizeligheid. Deze klachten kunnen leiden tot
ziekenhuisopnames en vroegtijdige sterfte aan luchtwegaandoeningen en hart- en
vaatziekten.
NO2
De oxiderende eigenschappen van NO2 kunnen effecten in de luchtwegen en longen veroorzaken in de vorm van vermindering van de longfunctie en afname van de weerstand tegen infecties van het longweefsel. De luchtwegklachten waarmee dit gepaard gaat kunnen ziekenhuisopnames tot gevolg hebben. NO2 zelf is echter niet de belangrijkste veroorzaker van de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging. Het zijn vooral de componenten die met NO2 samenhangen die verantwoordelijk zijn voor gezondheidsschade. NO2 is een indicator van het mengsel van (ook deeltjesvormige) luchtverontreiniging dat voornamelijk afkomstig is van uitlaatgassen van het verkeer.
Hogere kans op
effecten langs drukke verkeerswegen
Na het noemen van al deze gezondheidseffecten kun je je afvragen of je hieraan kunt ontsnappen, want overal adem je immers buitenlucht in. Blootstelling aan luchtverontreiniging is inderdaad voor alle Nederlanders een feit. Toch zijn er verschillen aan te wijzen. Zo is de lucht in het noorden van het land (en met name de Waddeneilanden) schoner dan in het zuiden en is er binnen steden vooral langs drukke verkeerswegen sprake van verhoogde concentraties luchtverontreiniging. Woon je vlak naast een snelweg of een drukke verkeersweg of ben je voor je werk de hele dag in de auto onderweg[1], dan is je blootstelling relatief hoog. Bovendien is juist de aan verkeer gerelateerde luchtvervuiling verantwoordelijk voor gezondheidseffecten.
Uit onderzoek blijkt dat er een hogere kans op sterven aan een long- of hartziekte bestaat bij mensen die vlakbij een snelweg of een drukke stadsweg wonen. Ook luchtwegklachten komen vaker voor bij die groep mensen. Verschillende Nederlandse studies hebben aangetoond dat luchtwegklachten toenemen naarmate kinderen dichter bij drukke wegen wonen en naarmate er meer vrachtverkeer over de weg gaat. Het valt echter niet te zeggen bij wie precies gezondheidseffecten zullen optreden. Onderzoeksuitkomsten worden gepresenteerd in algemene kansen, en die zijn niet zomaar van toepassing op ieder individu. Zelfs bij mensen die gevoelig zijn voor luchtverontreiniging - long- of hartpatiënten, mensen onder de 18 jaar of boven de 65 jaar - is het niet zeker dat zich klachten zullen ontwikkelen, wel is de kans op klachten groter.
Minder
luchtverontreiniging meer effect
In de voorgaande paragrafen is vastgesteld dat vooral de uitstoot van fijn stof door verkeer verantwoordelijk is voor gezondheidsschade door luchtverontreiniging. De uitstoot van fijn stof door het wegverkeer neemt de laatste jaren nauwelijks nog af. Een verrassende vondst is dat de effecten van fijn stof juist toenemen. De oorzaak hiervan is dat de omvang van één van de gevoelige groepen toeneemt. Er komen als gevolg van de vergrijzing steeds meer ouderen. Ook als de concentratie PM10 de komende jaren gelijk zou blijven, zou het aantal ziekenhuisopnamen en doden door fijn stof dus blijven stijgen. Om op hetzelfde niveau van ziektelast te blijven, moet de concentratie dus afnemen. Om het aantal slachtoffers naar beneden te krijgen, moet de concentratie fijn stof sterk afnemen.
Gezondheidseffecten
van luchtverontreiniging in vergelijking met andere milieufactoren
Luchtverontreiniging is niet het enige milieuprobleem dat tot gezondheidseffecten kan leiden. In Nederland zorgen ook milieufactoren als verkeersongevallen, geluid, UV straling en een vochtig binnenmilieu voor verlies aan levensjaren. Uit een recente vergelijking tussen deze factoren blijkt echter dat het verlies aan levensjaren veroorzaakt door de langdurige blootstelling aan fijn stof verreweg het grootst is[2].
Maatregelen en
gezondheid
Mogelijkheden tot
verbetering
De beschreven
gezondheidseffecten treden niet alleen op boven de grenswaarden. Voor fijn stof
bestaat geen drempelwaarde waaronder geen effecten optreden. Daarom is het voor
de bescherming van de gezondheid van belang de blootstelling te minimaliseren
en niet slechts onder de norm te blijven.
Dit geeft reden
om zorgvuldig te zijn bij het toepassen van de saldobenadering. Het gaat
daarbij namelijk alleen om het streven naar reductie van het aantal blootgestelden
boven de norm, terwijl het belangrijk is om in te zetten op een vermindering
van de totale gezondheidslast door luchtverontreiniging. Een saldoverbetering
qua blootstelling levert niet automatisch een saldoverbetering van
gezondheidseffecten op.
Het loskoppelen
van de dagnorm voor PM10 van ruimtelijke ordeningsplannen is vanuit
gezondheidsoogpunt geen verstandige optie vanwege het optreden van effecten ook
onder de norm. Dit, ondanks de ongelijkwaardigheid van de jaar- en dagnorm. Op
een locatie waar niet aan deze norm wordt voldaan is het vanuit
gezondheidsoogpunt onverstandig om woningen of andere gevoelige bestemmingen te
bouwen. Ook de huidige dagnorm voor PM10 biedt nog onvoldoende bescherming,
zeker voor kwetsbare groepen (kinderen, ouderen en patiënten met een luchtweg-
of hartaandoening).
De geldigheid van luchtkwaliteitsnormen vanuit gezondheid is overigens alleen nodig op locaties waar gevoelige ruimtelijke functies (zoals woningen, scholen, kinderdagverblijven) zijn of worden gesitueerd.
Maatregelen die een grote gezondheidswinst
opleveren
[1] Naar gezondheidseffecten als gevolg van uitlaatgassen bij automobilisten is nog weinig onderzoek gedaan. Wel is bekend dat de blootstelling in de auto hoger is dan vlak naast de weg.
[2] RIVM rapport 500029001, zie http://www.rivm.nl.
[3] De precieze werking van roetfilters verdient wat dit betreft speciale aandacht.